Open content: vrij beschikbaar werk voor in je lesmateriaal

Content hergebruiken zonder dat je iets hoeft te regelen met het auteursrecht? Dankzij de licenties van Creative Commons is het mogelijk. 

De auteursrecht-trilogie komt bijna ten einde. In artikel 1 maakte je kennis met de basisbegrippen van auteursrecht, en in het 2e artikel las je over de uitzonderingen op auteursrecht.

Het laatste deel gaat over open content. We leggen eerst uit wat open content is, gevolgd door een toelichting op materiaal dat in het publieke domein valt. Daarna ontdek je wat Creative Commons-licenties zijn. We eindigen het artikel met een lijst van 20 websites met honderden miljoenen educatieve foto’s, video’s en teksten. De bronnen zijn vrij herbruikbaar en je mag ze dus gerust in je lesmateriaal gebruiken.

Wat is open content?

Soms heb je geen toestemming nodig om oorspronkelijk werk te gebruiken. Bijvoorbeeld als je een tekst citeert (citaatrecht), of wanneer je een educatieve film laat zien in de klas (onderwijsexceptie). Dat zijn wettelijke uitzonderingen op auteursrecht.

Ook bij open content heb je geen toestemming nodig. Toch is open content anders, het is geen uitzondering op auteursrecht. Iedereen mag het namelijk bekijken, kopiëren en hergebruiken.

Wanneer is iets dan open content? Ten eerste als de maker kiest voor een open licentie. Met een open licentie beperkt een maker zijn auteursrecht waarmee hij de mogelijkheden voor hergebruik door jou juist verruimt. Dus met zo’n licentie geeft de maker je toestemming voor het kopiëren en hergebruiken van zijn werk.

Materiaal in het publieke domein is ook vrij te gebruiken. Het auteursrecht is dan helemaal niet meer van toepassing. Je mag het materiaal dus ook hergebruiken en opnieuw verspreiden.

Het publieke domein

Werk in het publieke domein wordt niet meer beschermd door auteursrecht. Hoe komt een werk terecht in het publieke domein? Dat gaat automatisch: over het algemeen op 1 januari, 70 jaar na het overlijden van de laatstlevende maker. Dit noemen we het passieve publieke domein.

Een werk kan ook op een 2e manier in het publieke domein terechtkomen. Hoe? Doordat de rechthebbende het werk bewust in het publieke domein plaatst, ook al is het auteursrecht nog niet verlopen. De maker doet dan actief afstand van het auteursrecht op de gemaakte materialen, voor zover de wet dat toestaat. Dit is het actieve publieke domein.

Er zijn 2 tools om aan te geven dat werk in het publieke domein valt:

Publiek Domein Verklaring (CC0)

Met CC0 kan een rechthebbende afstand doen van alle auteursrechten, voor zover dit wettelijk is toegestaan (actieve publiek domein).

Public Domain Mark (PDM)

Werk bestempelen met een PDM maakt meteen duidelijk dat een werk in het publieke domein valt, omdat alle auteursrechten zijn verlopen (passieve publiek domein).

Voorbeeld

  • Deze foto van een rij kleurrijke huizen in Groningen is gemaakt door Rudy van der Veen. Hij heeft deze foto en vele andere onder de CC0 Publiek Domein Verklaring op internet gezet.

  • Dit is het schilderij ‘Het aards paradijs met de zondeval van Adam en Eva’ van Jan Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens. Het is gemaakt rond 1615 en valt dus in het publieke domein. Omdat de makers al meer dan 70 jaar geleden zijn overleden. Het schilderij is onderdeel van de collectie van het Mauritshuis. De afbeelding staat op hun website, maar ook als open content (met het Public Domain Mark) op Wikimedia Commons, de mediabibliotheek van Wikipedia.

Meer lezen over de CC0 Publieke Domein verklaring en de Public Domain Mark? Op creativecommons.nl vind je meer uitleg over het publieke domein.

Creative Commons-licenties

‘Ik ben nog steeds de rechthebbende. Maar als je mijn werk wilt hergebruiken, hoef je me niet om toestemming te vragen. Houd dan wel de voorwaarden van de licentie in de gaten’. Dat willen rechthebbenden je duidelijk maken als ze hun werk bestempelen met een open content licentie.

De meest gebruikte open licenties ter wereld zijn Creative Commons-licenties. Deze licenties bestaan uit 4 bouwstenen. Elke bouwsteen beschrijft een voorwaarde.

Naamsvermelding (BY)

Wanneer je werk met een Creative Commons licentie hergebruikt, ben je altijd verplicht om de naam van de maker te vermelden.

Niet-commercieel (NC)

Een werk met deze voorwaarde mag je niet voor commerciële doeleinden gebruiken. Voor de klas mag je het werk wel gebruiken.

Geen afgeleide werken (ND)

Dit werk mag je niet zelf aanpassen. Downloaden en het werk elders publiceren is wel toegestaan.

Gelijk delen (SA)

Pas je werk met een SA-voorwaarde aan? Dan moet je het resultaat delen onder dezelfde voorwaarden die zijn verbonden aan het oorspronkelijke werk.

Met de 4 bovenstaande bouwstenen zijn 6 Creative-Commons licenties te maken. We beginnen met de meest beperkende licentie en bouwen het af naar de licentie die je de meeste vrijheid biedt. Helemaal onderaan staan de tools waarmee werk actief in het publieke domein is te plaatsen, zoals eerder in dit artikel beschreven.

Auteursrecht geldt nog
Semi-open licentie
Open licentie
Helemaal open

Voorwaarden voor hergebruik van open content

Hoe ga je zorgvuldig om met open content? Stel jezelf 2 vragen. Ten eerste: welke informatie moet ik vermelden? Ten tweede: is het werk dat ik wil gebruiken daadwerkelijk open?

Als je werk met een Creative Commons-licentie hergebruikt, moet je op z’n minst de volgende informatie vermelden:

  • de naam van de maker;
  • de oorspronkelijke titel van het werk;
  • de licentie (naam van de licentie + de link naar de licentie);
  • de manier waarop je het werk eventueel hebt aangepast.

Verder mag je naar de bron verwijzen. Dat hoeft niet. Je verwijst bijvoorbeeld naar de naam van een organisatie, een website, een inventarisnummer van een archiefstuk, een boektitel of een ISBN-nummer.

Voor werken die publiek domein zijn, is auteursvermelding niet verplicht. Maar het is wel netjes. Hetzelfde geldt voor werk dat is vrijgegeven met CC0.

Voorbeeld van credits van open content op de website van Beeld en Geluid.

1. Titel
2. Naamsvermelding van rechthebbende en maker (in dit geval een organisatie)
3. Bronvermelding met link
4. Licentievermelding met link

Nu de 2e vraag: is het werk dat je wilt gebruiken echt open?

Je mag ervan uitgaan dat je open content op een website van een culturele instelling zoals het Rijksmuseum zonder zorgen mag hergebruiken.

Maar als je zoekt naar herbruikbaar materiaal via Google of Wikimedia Commons, dan kun je stuiten op materiaal dat onterecht als open content is gedeeld.

Moet je vanaf nu na elke zoektocht een juridisch hobbyproject opstarten om te analyseren of het werk dat je hebt gevonden écht open is?

Nee hoor. Even logisch nadenken is voldoende. De onderstaande voorbeelden illustreren wanneer je argwaan zou moeten krijgen.

Voorbeeld

  • Je vindt een poster van Nirvana op Flickr waar hun platenhoezen op staan, onder een Creative Commons-licentie. Da’s vreemd, toch? Platenmaatschappijen staan er niet om bekend dat ze werk op die manier vrijgeven.
  • De ‘Back to the Future’ films staan sinds kort op Netflix. Je hebt nog geen abonnement, maar wilt ze wel graag zien. Wel gek, je zag de films laatst staan op lekkermakkelijkfilmsdownloaden.nl, gemarkeerd als publiek domein. Hmm, hier klopt iets niet.

Voel je nattigheid? Zoek uit wie het werk online heeft gezet. Is dat iemand die een hoop willekeurig materiaal uploadt onder een open licentie? Het is een slecht teken als iemand van alles online zet als open content terwijl dat werk nog gewoon te koop is, en het niet logisch is dat de rechten allemaal bij die persoon liggen.

Lesmateriaal maken met open content

In een artikel dat we eerder plaatsten op Wikiwijs.nl staan 11 websites waarop je materiaal vindt dat in het publieke domein valt of een Creative Commons-licentie heeft.

Hieronder breiden we dit aantal uit zodat je in totaal 18 websites met open content voor in je lesmateriaal achter de hand hebt:

  • Collectie Nederland, collecties van meer dan 100 musea met onder andere kunstwerken, monumenten en archeologische vondsten;
  • Delpher, een database beheerd door de Koninklijke Bibliotheek met miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften;
  • Europeana Classroom, tientallen miljoenen culturele objecten, zoals boeken, kunstwerken, foto’s, video’s en muziekopnames die relevant zijn voor het onderwijs;
  • Nationaal Archief, foto’s, archiefinventarissen, archiefscans en indexen uit ons nationale archief;
  • Netwerk Oorlogsbronnen, ongeveer 12 miljoen bronnen uit en over de Tweede Wereldoorlog uit collecties van honderden organisaties;
  • Open beelden, ruim 10.000 video’s uit de 20e eeuw met uiteenlopende onderwerpen;
  • Rijksstudio, bijna 450.000 afbeeldingen uit de collectie van het Rijksmuseum, zoals prenten, foto’s, schilderijen en beeldhouwwerken.

Je kunt ook op Google Afbeeldingen zoeken naar open content. Daar kun je onder het tabje ‘Tools’ filteren op materiaal met een Creative Commons-licentie.

Wikiwijs Maken

Nu heb je de basis van auteursrecht onder de knie. Je weet wat de uitzonderingen zijn. En je hebt kennisgemaakt met open content.

Ben je klaar om op een respectvolle manier andermans werk in je lesmateriaal te gebruiken? De uitzonderingen op auteursrecht en verschillende licentievormen zoals Creative Commons geven je de ruimte om de creativiteit van je medemens te benutten.

Maar er zijn ook grenzen.

Dus stel jezelf telkens de vraag: handel ik in harmonie met het auteursrecht en de licentievoorwaarden van Creative Commons? Bij twijfel mag je altijd contact met ons opnemen. We beantwoorden je vragen met plezier.

Wil je bronnen uit de bovenstaande lijst uitproberen? Op Wikiwijs kun je zelf lesmateriaal maken. Log in bij Wikiwijs Maken of maak eerst even een account aan.